30 januari 2020

3 minuten lezen

Wat betekent volatiliteit bij beleggingen?
En waarom je het zou moeten beheren.
Nicholas Flaherty Image

Nicholas Flaherty - Investment Strategist - FWU Invest S.A.

Bij de keuze van een beleggingsproduct, zoals een fonds, zal je de term ‘volatiliteit ‘ al wel eens zijn tegengekomen. Deze wordt weergegeven als percentage, bijvoorbeeld 10%, 15%, 20%, enz. Dit cijfer geeft de risicogevoeligheid van uw belegging weer. Maar om dit beter te begrijpen, laten we het eerst hebben over de betekenis van risico als we praten over beleggen.


Wanneer we het woord ‘risico’ gebruiken in onze dagelijkse omgangstaal, heeft het meestal een negatieve bijklank. We hebben het bijvoorbeeld over de ‘risico’s’ van roken, over de ‘risico’s’ van te snel rijden of van ongezond eten, enz. Wanneer we het echter hebben over beleggen, is het beter risico te omschrijven in termen van zowel een negatief als een positief aspect. Ja, het gaat over gevaar, maar ook om kansen.

Als we eerst het ‘gevaar’-perspectief van risico bekijken, is het in wezen een manier om de mate van onzekerheid rond de toekomst vast te leggen.

Laten we dit in begrijpelijke taal omzetten en een voorbeeld geven. Stel, je hebt twee financiële instrumenten - een staatsobligatiefonds en een aandelenfonds. Een staatsobligatie is een veilig instrument – de overheid kan belastingen heffen, geld drukken en betaalt haar rekeningen meestal op tijd. Dit betekent dan weer dat de onzekerheid over de toekomst van deze belegging gering is – beleggers kunnen erop vertrouwen dat het instrument zijn waarde behoudt door de grote middelen die de overheid tot haar beschikking heeft. Het resultaat is dat de ‘volatiliteit’ van het actief eveneens laag is, wat verwijst naar de mate dat het ‘fluctueert’ – op en neer beweegt – op de markt. En meestal mag je verwachten dat de volatiliteit van dit soort activa rond de 2 à 5% ligt.


En dan nu het aandelenfonds. Ten eerste vertegenwoordigt een aandeel een eigendom in een bedrijf, dat moet concurreren op de markt om zijn producten en diensten te verkopen. Het heeft niet de middelen van de overheid en kan niet zijn eigen geld drukken. Dit betekent dat er aanzienlijk meer onzekerheden zijn over zijn inkomsten in de toekomst. Deze grotere onzekerheid komt vervolgens tot uiting in een grotere spreiding van de opbrengsten – aangezien beleggers minder zeker zijn over de toekomst van het bedrijf in vergelijking met de overheid, zijn de prijsbewegingen doorgaans groter. Aandelen hebben meestal een volatiliteit van 15 tot 20%.


Er zijn met andere woorden meer ‘gevaren’ verbonden aan beleggen in de aandelenmarkt, maar aan de andere kant zijn er ook meer ‘kansen’. Dit is een belangrijk punt, want het feit dat aandelen een hogere volatiliteit hebben, is niet per se negatief, want je kunt eveneens meer winst maken op de aandelenmarkt. Op lange termijn mag je inderdaad verwachten dat aandelen 6 à 7% meer opbrengen dan obligaties, maar je moet er ook rekening mee houden dat ze ondertussen een grotere volatiliteit zullen ervaren.

Laten we het even samenvatten! Wanneer je de term ‘volatiliteit’ ziet, verwijst dit naar de hoeveelheid risico die je zou nemen met je belegging. Dit ‘risico’ geeft de onzekerheid van de belegging in de toekomst weer en wordt uitgedrukt in de vorm van een percentage, variërend van laag, 0 tot 5%, voor contanten en veilige staatsobligaties, tot 15-20%, voor de aandelenmarkt. Dit risico is echter niet negatief – want risico biedt ook kansen. En het beheren van risico en het benutten van deze kansen, is waar succesvol beleggen om draait!

FWU Logo
Klaar om uw spaarpotje te gaan opbouwen? We nemen voor u contact op met een lokale adviseur.
1 2
Volgende